vrijdag 10 juli 2020

AWD - Juni 2020 deel 3

Juni brengt over het algemeen veel variatie.
Bij mij is het echter met vogels vaak wat minder.
Het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat ik zoveel andere onderwerpen tegenkom, zowel uit flora als fauna, 
die ik ook interessant vind.
De ouverture is voor een watersnuffel (Enallagma cyathigerum), althans, volgens Obsidentify (60,3%).

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.

Maar…… de lightbox werkt bij mij in Google niet.

Als je ze toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.

Bloggers wegen zijn ondoorgrondelijk.


Vogels zag ik vanzelfsprekend wel, zoals deze boomleeuwerik (Lullula arborea).
In het open duingebied werd ik echter veel te gemakkelijk door de vogels opgemerkt, 
waardoor ze wegvlogen als ik te dichtbij kwam naar hun zin.
Ik had niet verwacht dat er een zestal boerenzwaluwen (Hirundo rustica) in een boom even uitrustten van het op insecten jagen.
Maar ook hier gold, tot hier en niet verder.
Een uitzondering was deze keer een vrouwtje roodborsttapuit (Saxicola rubicola).
Ze hield mij goed in de gaten, zocht regelmatig een andere tak, maar vloog niet ver weg.
Het mannetje heb ik niet gezien maar ik was ook tevreden bij het zien van dit mooie vrouwtje.
Hiermee was het gedaan met beelden van vogels. 
Terwijl ik op iets heel anders stond te letten, viel mijn oog op een zandhagedis die op jacht bleek te zijn.
(In de vergroting zijn de details beter te zien)
Ze had een soort kever gegrepen, volgens mij een anomala dubia, een soort bladsprietkever.
Jammer dat ik niet dichterbij kon komen zonder de hagedis te verjagen.
Het zijn toch aardige waarnemingsplaatjes.
Met libellen heb ik mij daarentegen uitgebreid kunnen vermaken.
Op plaatsen waar 's morgens vroeg de zon niet zo snel alles verwarmde zag ik regelmatig libellen zich opwarmen.
Ook al zijn het meestal viervlekken, het daagt toch uit om er een mooi plaatje van te maken.
Juffers sla ik niet over.
Dit is een azuurwaterjuffer (Coenagrion puella), nog niet klaar om het luchtruim te kiezen.
Het uitsluipen ging maar door.
Het was alleen jammer dat ik het niet vanaf het prilste begin gezien heb, 
maar wie weet komt er nog zo'n moment.
Bij het langzaam maar zeker krachtiger worden van het zonlicht ontstond er een heel ander sfeertje.
Obsidentify had moeite met deze juffer.
Ik denk dat het een lantaarntje (Ischnura elegans) is.
Dat geldt ook voor deze juffer.
Sommige juffers lijken zoveel op andere dat er vaak 3 of 4 namen worden genoemd door Obsidentify.
Nu wordt de naamgeving een stuk makkelijker.
Hier duikt een zandhagedis op, op zoek naar een vrouwtje.
Ik was niet van plan om nog meer aandacht aan deze hagedissen te besteden, maar het liep anders.
Het bovenstaande mannetje kreeg gezelschap van twee (!) vrouwtjes.
Hij maakte avances naar een van de dames, die toch niet echt in hem geïnteresseerd bleek te zijn.
Zij hield het al gauw voor gezien.
De andere dame had toen het rijk alleen.
Niet veel later had hij haar in haar achterlijf vastgebeten waarna een ingewikkelde kluwen ontstond.
Paren is duidelijk zo simpel nog niet.
Ze keek op een bepaald moment in mijn richting, alsof ze wilde zeggen "Doe iets, het heeft nu wel lang genoeg geduurd".
Aan alles komt een eind, ook in dit geval. 
Zonder mijn bemoeienis was het opeens voorbij en was zij snel verdwenen.
Hij kwam achter een boomstronk tevoorschijn, trots rondkijkend .
Het leek wel of hij wilde zeggen "Mijn dag kan niet meer stuk".

Van een heel andere orde is het laatste plaatje.
Ik wandelde op een dag uit het duin terug in de richting van de parkeerplaats.
Zoals bijna altijd liep ik niet op een gangbaar pad, maar dwars door het gebied.
In de AWD is dat toegestaan, waardoor je een grotere kans op onverwachte ontmoetingen hebt.
En wat zag ik tot mijn grote verrassing?
Damhertkalfjes, een tweeling!
Dit had ik nog nooit eerder meegemaakt.
Ze bleven nog liggen ook!

Het was een geweldige afsluiting van die ochtend.


Voor de goede orde moet ik, wellicht ten overvloede, zeggen dat ik alles wat ik in een post opneem niet allemaal op dezelfde dag heb gezien.
Het is niet voor niets een maandoverzicht.

vrijdag 3 juli 2020

AWD - Juni 2020 deel 2


In deel 2 van mijn juni overzicht komt vooral wat kleiner spul aan bod.
Een grote groene sabelsprinkhaan mag deze keer de blikvanger zijn.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.

Maar……, de lightbox werkt bij mij in Google Chrome niet 

Als je ze toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.

Bloggers wegen zijn ondoorgrondelijk.


Het was een verrassing dat een tweetal gaaien (Garrulus glandarius) niet direct opvloog toen mijn vrouw en ik bij ingang de Zilk aan een wandeling begonnen.
Meestal waarschuwen ze ander wild als er mensen in de buurt komen, maar deze keer hadden ze blijkbaar een vrije dag.
Ze vlogen even later weg zonder dat er een geluid uit hun snavel kwam.
Dit tweetal kleine parelmoervlinders ging volledig op in hun liefdesspel.
Ze trokken zich niets van ons aan.
Je kon er een hele tijd naar kijken, maar veel spannender dan dit werd het niet.
Ze deden in ieder geval hun best om voor nageslacht te zorgen.
Tijdens onze duinwandeling kwamen we weer twee verscholen liggende damhertkalfjes tegen in een heel stil deel van de duinen, later ook nog een tweetal dat met hun moeders mee rende.
Bijzondere plaatjes leverde dat niet op.

De volgende plaatjes heb ik gemaakt toen ik alleen op stap was, 
vaak tamelijk vroeg in de ochtend om de warmte wat voor te zijn.
Op een hazenpootje (Coprinopsis lagopus) had ik niet gerekend in deze tijd van het jaar.
Toch stond er een vijftal, ten dele nog klein en wat verscholen.
Ik besloot om mij vooral met de hoed en het erdoor vallende licht bezig te houden.
Het leidde tot deze twee beelden.
Heel verschillend, en daardoor een reden om ze beide te laten zien.
Ik wilde een drinkpauze inlassen bij een metalen plaat die apparatuur van Waternet afschermt.
Ik was niet de eerste die daarop wilde gaan zitten, er zat namelijk al een harkwesp (Bembix nostrata) op.
Die moest dan eerst maar eens mooi op de plaat komen.
Die metalen plaat met reliëf gaf wel een verrassende ondergrond.
Opmerkelijk vond ik het wel dat het beestje geen last had van zijn pootjes, 
want de plaat was tamelijk warm van de zonnewarmte.
Nadat mijn dorst gelest was ging ik verder, 
maar moest al gauw weer op de knieën omdat de rups van de grote beer (Arctia caja) mijn pad kruiste.
Deze rupsen van een nachtvlindertje kunnen een verrassend hoog tempo ontwikkelen als ze open terrein oversteken.
Deze langharige rakkers zijn in Nederland in juni in enorme hoeveelheden gezien.
Er was op verschillende plaatsen sprake van honderden en zelfs duizenden exemplaren.
Ik vind het een mooi plaatje als je ze op "rupshoogte" naar je toe ziet komen.
Kleine parelmoervlinders gingen ook vaak op de solotoer, meestal tamelijk laag bij de grond.
Voor mij is het nu wachten op hun familielid, de keizersmantel, die al in de AWD gesignaleerd is. 
Wie weet in juli.
De 5-6 cm lange rupsen van de grote beer bleven maar voorbij komen.
Ik hoop dat ik in juli ook de bijbehorende vlinders zal zien.
Ik heb in 2020 tot nu toe welgeteld één icarusblauwtje (Pollyommatus icarusgezien. 
In onze tuin fladderen soms wat boomblauwtjes rond, maar dat was alles wat blauwtjes betreft.
Wat zal de reden hiervan zijn?
Een opmerkelijke bewoner van het duingebied is de wilgenhoutrups (Cossus cossus), 
de voorloper van de wilgenhoutvlinder.
Je kan ze niet over het hoofd zien, want de rupsen kunnen wel 10 cm lang worden.
Deze schat ik op zo'n 8 cm.
De rupsen overwinteren twee tot vier maal.
Uiteindelijk ontstaat er een bruin gekleurde nachtvlinder die voorvleugels heeft van 3-4 cm.
Het was pas de tweede keer dat ik zo'n rups heb gezien, nadat ik er vele jaren geleden voor het eerst een zag, 
ook in de AWD.
Wanneer je ze ergens ziet kruipen zijn ze over het algemeen op weg naar een geschikte plek in een boom, 
bijvoorbeeld een wilg, om zich te verpoppen.
In juni worden St. Jacobsvlinders afgelost door St. Jansvlinders (Zygaena filipendulae).
Als ze uit de gele cocons gekropen zijn kan je ze niet over het hoofd zien, 
want ze doen dat met velen min of meer tegelijkertijd.
Deze bloeddrupjes, zoals ze ook wel genoemd worden, vrágen erom om gefotografeerd te worden.
Het verbaast mij steeds weer dat ze, nauwelijks uit de cocon gekropen, 
vrijwel direct beginnen met een innig contact met een partner van het andere geslacht.
Ik heb geen idee of er andere organismen zijn die dat ook zo snel doen.
In de buurt van ronde zonnedauw lag een vrouwelijke vuurlibel in het mos.
Ze lag er al even, ze was geheel bedekt met dauw.
Met een mannetje van dezelfde soort (Crocothermis erythraea) ging het veel beter.
Hij vloog nog frank en vrij rond en landde regelmatig op dezelfde plek, waar ik al klaar zat.
Tussen varens bleken tientallen gestreepte goudspanners (Camptogramma bilineata) te zitten, 
vaak onder een blad hangend. 
Het zijn nachtvlindertjes die je vooral in de vroege ochtend nog wel eens tegenkomt.
Harkwespen hebben natuurlijk niet alleen belangstelling voor metalen platen,
maar moeten ook aan de inwendige harkwesp denken.
In juni werd er flink uitgeslopen.
Een viervlek hing hier te drogen bij het restant van het larvenhuidje.
Viervlekken (Libellula quadrimaculatazijn volgens mij de meest voorkomende libellen in het duingebied.
En dan de laatste soort, waar ik ook mee begonnen ben.
Een grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) zit hier op jakobskruiskruid.
Aan de andere kant hangt een huidje dat na het vervellen is achtergebleven.
Met deze plaat, rond half 9 's morgens gemaakt, komt een eind aan deze marathon.

De volgende keer komt - wat een verrassing - deel 3 aan bod.