
In juli ben ik om verschillende redenen wat minder vaak de natuur ingetrokken dan in de eraan voorafgaande maanden.
Behalve vlinders, libellen en juffers had ik nog genoeg gezien om een volwaardig overzicht te kunnen samenstellen.
Het loont
de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Maar…… de
lightbox werkt bij mij in Google Chrome niet.
Als je ze
toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.
Bloggers
wegen zijn ondoorgrondelijk.
Het bleef aanvankelijk beperkt tot deze vreemde vogel, die vergezeld door een soortgenoot over het duingebied vloog.
Tot mijn stomme verbazing zag ik een paartje reeën (Capreolus capreolus).
We keken elkaar een moment aan, waarbij ik te verbouwereerd was om direct een plaatje te maken.
De reegeit verdween, de bok er uiteraard achteraan en ik kon op mijn manier niet achterblijven.
De reegeit bleek in het bos te zijn verdwenen,
maar ik zag de bok opnieuw toen ik met de nodige moeite een zandhelling had beklommen.
Boven werd ik beloond, want ik zag de bok verderop in een dalletje naar mij kijken en er vervolgens rustig vandoor gaan.
Nu had ik mijn (waarnemings)plaatjes wél gemaakt, gelukkig.
Ik was wat aan de vroege kant, want ze groeiden nog niet zo uitbundig als ik eerder in andere jaren had gezien.
Geïnteresseerden kunnen er alles over lezen op het internet, bijvoorbeeld in Wikipedia.
Vooral het hart van de bloem met staminoda, meeldraden en doosvrucht zorgt voor een uitdaging om er een mooi plaatje van te maken.
Deze kikker zat zich lekker op te warmen en nam er zijn gemak van.
Het onderscheid tussen de drie soorten groene kikkers is niet eenvoudig te maken.
Dit is vermoedelijk de grote groene kikker (Pelophylax ridibundus).
waarbij de blauwe vleugels duidelijk zichtbaar zijn.
Als je een plaatje van deze soort wilt maken wordt het vaak een sprinkhaan die even in het zand zit of een onscherpe plaat.
Boomkikkers (Hyla arborea) heb ik vrijwel niet gezien, terwijl het de vorige jaren totaal geen moeite kostte.
Zijn ze weggevangen, hebben ze een ziekte gehad of ligt het aan mij?
Tijgerspinnen (Argiope bruennichi) heb ik daarentegen dit jaar meer gezien dan vorige jaren.
De vrouwtjes (zie boven) vallen veel meer op dan de mannetjes (onder),
zowel door hun grootte als door hun bijzondere web.
Tot zo ver niets nieuws onder de zon.
Als het meezit mag hij haar bevruchten,
als het tegenzit wordt hij daarna door het vrouwtje opgegeten als een smakelijk en voedzaam toetje.
Het kan natuurlijk ook gebeuren dat hij op een andere, voor hem fatale manier in de smaak valt.
Hij wordt dan opgegeten zonder dat hij voor nageslacht heeft kunnen zorgen.
Bovendien stak ze mooi af tegen de achtergrond.
Het was zeker 10 cm groot en lag midden in een heel droog gebied, geen water te bekennen,
geen onrustige vogel in de buurt.
Was het door een vos uit een nest gehaald, maar toch niet opgegeten?
Het was nog puntgaaf.
Ik had in juni deze zwaluwen al eens in een boom zien zitten.
Ik bewoog er blijkbaar voorzichtig genoeg naartoe, want ze bleven verrassend lang zitten.
Dat lukte niet iedere keer.
Ik had nooit gedacht dat dit mij een keer in het duingebied zou overkomen,
te meer omdat ik mij niet kon verschuilen in een auto of observatiehut.
Nog een schoonheid tot besluit.