donderdag 15 juni 2017

Madagaskar - nachtlemuren

Nachtlemuren fotograferen is een pittige klus. In het regenwoud is er op de meeste plaatsen niet zo veel licht als je zou willen als je de dieren wilt fotograferen. Als het dan ook nog een sombere dag is heb je soms ISO waarden van 3200 of 6400 nodig, met meestal ook nog een onderbelichting van 2 stoppen. Zelfs onder die condities werd de sluitertijd maar zelden korter dan 1/100. De scherpte zou ik bij een aantal platen liever groter gehad hebben.
Het zal duidelijk zijn. Ik laat vooral waarnemingsplaten zien, die ik leuk/mooi genoeg vind omdat het wel over bijzondere dieren gaat.
De eerste vier beelden zijn van oostelijke wolmaki's (eastern woolly lemur, avahi laniger) die we in het regenwoud van een natuurpark bij Andasibe, niet ver van de hoofdstad Antananarivo zagen.
Het was een sombere, druilerige dag waarbij we goed begrepen hoe het regenwoud aan zijn naam gekomen is.
De hummeltjes zaten verscholen in een boom, ongetwijfeld een plek waar ze vaker gezien worden.
Onze gids had ze namelijk na even speuren gevonden.
Met zijn tweeën keken ze vaak met hun grote ogen naar de mensen beneden.
Het viel niet mee met de 400 mm lens, zonder statief, leunend tegen een boom, deze beelden te maken.
Met de rode (let op de Engelse naam) muismaki's (brown mouse lemur, microcebus rufus) ging het heel anders.
Voordat wij een avondwandeling in het donker gingen maken hadden gidsen banaan op een aantal takken gesmeerd.
Toen wij er aankwamen waren de beestjes, ter grootte van een hamster, al druk bezig.
Er was zo weinig licht dat je wel móest flitsen.
In totaal waren er vijf muismaki's aan het smullen van de banaan.
Het was hoe dan ook fascinerend om ze bezig te zien.
Als er door iemand een onverwachte beweging gemaakt weg waren ze razendsnel verdwenen, om daarna weer voorzichtig terug te komen.
De banaan was wel erg aanlokkelijk.
In een natuurpark aan de westkust, Forêt des Baobabs geheten, zagen we witvoetwezelmaki's (white-footed sportive lemur, lepilemur leucopus).
Op dit beeld is te zien dat ze geen moeite hebben met een stekelige ondergrond.
Ik kan mij wel voorstellen dat het moeilijk is om het verschil tussen verschillende soorten nachtlemuren te zien, maar naast kleine uiterlijke verschillen heeft men DNA verschillen vastgesteld.
Het zijn dus echt verschillende soorten.
Hier is de Ankarana wezelmaki ( Ankarana sportive lemur, lepilemur ankaranensis) te zien.
De soort is endemisch voor een betrekkelijk klein gebied in Noord Madagaskar.
Het verschil in kleur bij de beelden heeft te maken met verschillende lichtomstandigheden.
Ook deze keer was de uitdaging groot om het beestje goed te fotograferen.
Het was al lastig om hem goed te spotten, maar het licht was opnieuw beperkt, nu door een behoorlijk dicht bladerdek.
Dit beeld kreeg ik met ISO 1600, f/8, 2 stops onderbelichting. De sluitertijd was toen nog maar 1/20!
Achteraf had dat natuurlijk ook anders gekund.
Ook al zaten ze overdag goed verscholen, nieuwsgierig waren ze wel.
De vijfde en laatste soort is de grijsrugwezelmaki (grey-backed sportive lemur, lepilemur dorsalis)
Met hun grote kraalogen volgden ze nauwkeurig wat er voor vreemde snoeshanen naar hen stonden te gluren.
Wie keek er naar wie?

Het zal voor iedereen wel duidelijk zijn dat we deze soorten zonder gids niet gevonden zouden hebben.
Men is tot het inzicht gekomen dat het om meerdere redenen de moeite waard is om het regenwoud te koesteren.
De plaatselijke bevolking heeft in het verleden al veel regenwoud gekapt, omdat zij door de productie van houtskool een inkomen konden verdienen.
Als zij dat inkomen kunnen verdienen door het regenwoud te sparen en in een nationaal park een baan kunnen krijgen, bijvoorbeeld als gids, dan blijkt de bevolking hieraan graag mee te werken.
Voor de vele bedreigde dieren is er zo ook een grotere kans dat zij niet zullen uitsterven.
De toeristen tenslotte komen natuurlijk op de exotische natuur af en zij zullen tevreden zijn als zij de dieren ook zien.
En dan zijn we weer terug bij de belangrijke rol die de gidsen spelen.

woensdag 7 juni 2017

De koning van de camouflage

Bladstaartgekko's noemt men ook wel de koningen van de camouflage. 
Ze zijn meesters in het opgaan in hun omgeving: je ziet ze, maar tegelijkertijd zie je ze niet, totdat ze bewegen.
Er blijken momenteel 14 verschillende soorten voor te komen, die allemaal in een warme, vochtige omgeving leven.
In een klein natuurparkje, niet ver van de hoofdstad Antananarivo, zagen we dit tweetal Madagaskar platstaartgekko's (Giant leaf-tailed gecko, uroplatus fimbriatus), de grootste bladstaartgekko's die op Madagaskar te vinden zijn.
Madagaskar is het enige land waar bladstaartgekko's voorkomen.
Zoals goed te zien is gaan ze niet altijd op in hun omgeving.
Gelukkig maar, want zo krijg je een kans om ze goed te zien.
Deze soort komt alleen in Oostelijk Madagaskar voor.
Ze kunnen met staart zo'n 40 cm lang worden.
Deze bladstaartgekko, waarvan ik de precieze naam niet weet, hing zoals alle andere bladstaartgekko's met zijn kop omlaag aan een dun stammetje "geplakt".
Toen een liaan te dicht langs hem bewoog sprong hij naar een dunne tak waar ik hem zo kon fotograferen. 
Dat viel trouwens niet mee: het regende voortdurend in het regenwoud van de Amberbergen (Noord Madagaskar) en er viel tamelijk weinig licht door het gebladerte. 
Mijn keuze viel op f/7,1, ISO 1600, één stop onderbelichting, in de hoop een niet al te trage sluitertijd te krijgen. Het werd 1/50.
Op een andere plek heb ik gekozen voor ISO 3200.
De camouflage maakt wel duidelijk dat je de hulp van een gids nodig hebt om ze te vinden.
Nogmaals het zelfde dier, maar wat meer ingezoomd.
Je kan ze natuurlijk ook eens van een andere kant bekijken.
Tijdens onze laatste excursie door het regenwoud van het Lokobe NP op het eiland Nosy Be (Noord Madagaskar) werden we niet alleen onthaald door de vele muggen.
(Het leek wel of de insecten door DEET aangetrokken werden in plaats van erdoor te worden verjaagd)
Er waren veel bijzondere dieren te zien, zoals hier.
Wel goed kijken! (Let op de ogen)
Het is een briljant voorbeeld van camouflage.
Als je goed kijkt zie je aan de rechterkant de omtrekken en de opvallende ogen van deze Mossy leaf-tailed gecko (uroplatus sikorae) wat duidelijker.
Althans, ik denk dat hij zo heet.
Een Nederlandse naam bestaat er nog niet voor deze soort.
De grote ogen vallen duidelijk op, zoals bij alle nachtdieren het geval is.
Overdag rusten ze altijd met hun kop omlaag.
's Nachts trekken ze er op uit, op zoek naar insecten.

We hebben nog een andere soort gezien, maar door het harde licht en de sterke contrasten tussen licht en donker heeft dat geen mooie platen opgeleverd, vind ik.
De staarten kunnen grillig gevormd zijn, met inkepingen en draaiingen zoals in een echt blad kunnen voorkomen.

 Op televisie hadden we al een flink aantal reportages over Madagaskar gezien.
Door onze rondreis hebben zelf we ook mogen ervaren dat het eiland voor de natuurliefhebber echt een paradijs is.