JUNI- MEIKEVER MAAND
In de maand juni heb ik nog verrassend veel meikevers gezien.
Een deel lag of liep op een voetpad, maar ik vond ze ook regelmatig op pitrus en rietstengels aan de rand van poeltjes.
Vorig jaar vond ik voor het eerst zwanenbloemen (Butomus umbellatus) in de AWD,
maar die waren na korte tijd verdwenen.
Dit jaar waren ze weer terug, in veel groteren getale dan vorig jaar.
In sommige polders zie ik regelmatig zwanenbloemen.
Het zijn bloemen die ik altijd graag zie.
Een larve, van een rups of van een soort wesp?
Hij heet Cladius grandis, en hoort bij de familie van de bladwespen.
Met tegenlicht zijn de haartjes mooi zichtbaar.
De larven zijn niet erg snel (..) waardoor je de kans krijgt om ze op je gemak van alle kanten te bekijken.
Zo krijg je steeds een ander beeld.
Nog een laatste blik op Cladius.
Zo kom ik vanzelf bij de bosmeikevers (Melolontha hippocastani).
Nog een laatste blik op Cladius.
Zo kom ik vanzelf bij de bosmeikevers (Melolontha hippocastani).
Ik wist niet dat er behalve de gewone meikevers ook bosmeikevers bestaan.
Via waarneming.nl weet ik nu dat bosmeikevers, ook wel kastanjemeikevers genoemd,
meestal kleiner zijn dan 2,5 cm en gewone meikevers groter dan 2,5 cm.
Ze blijken in Nederland vooral in de duingebieden voor te komen.
Ook al eten ze vooral het blad van eiken en beuken, rusten en hangen doen ze vaak laag bij de grond.
Het maakt niet uit hoe de stengel staat, klimmen kunnen ze als de beste.
Die antennes bestaan bij de mannetjes uit 7 lamellen en bij de vrouwtjes uit 6.
Deze inklapbare antennes spelen een rol bij het zoeken naar voedsel,
terwijl paarlustige mannetjes hiermee ook vrouwtjes kunnen opsporen.
De achterlijfspunt is bij mannetjes duidelijk langer dan bij de vrouwtjes.
De achterlijfspunt is bij mannetjes duidelijk langer dan bij de vrouwtjes.
Dit zal dus een mannetje zijn.
Deze meikever is nog niet volledig in rust, want zijn antennes zijn nog niet ingeklapt.
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) doet het goed in de duinen.
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) doet het goed in de duinen.
De bloemen trekken veel insecten aan en ze geuren heel aangenaam.
Fotograferen was lastiger geworden omdat het omringende riet ook gegroeid was en nogal eens ongewenst in beeld kwam.
Thuisgekomen bekeek ik mijn platen eens wat beter en vroeg mij toen wel af
"Hoe bleef die meikever op zijn plaats"?
Hij vloog niet, zat niet op een glazen plaat en was - voor zo ver ik weet - ook niet op een pitrusstengel gespietst.
Zat hij vast, had ik hem moeten bevrijden?
Ik zal het nooit te weten komen.
Dit is ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) waar een juffer een kijkje was komen nemen.
Het was een vroege ochtend, de dauw was nog niet verdwenen, zoals op de juffer te zien is.
Het was een vroege ochtend, de dauw was nog niet verdwenen, zoals op de juffer te zien is.
De juffer zat helemaal vastgekleefd, jammer voor de juffer, een mooi fotomoment voor mij.
Zonnedauw heeft ook voedsel nodig.
De druppels op en bij de ogen van de juffer geven deze plaat wat extra lading.







































