dinsdag 13 juli 2021

AWD - Juni 2021 deel 2

JUNI- MEIKEVER MAAND

In de maand juni heb ik nog verrassend veel meikevers gezien.
Een deel lag of liep op een voetpad, maar ik vond ze ook regelmatig op pitrus en rietstengels aan de rand van poeltjes. 
Dit exemplaar liet zich op een bijzondere manier bewonderen. 
Vorig jaar vond ik voor het eerst zwanenbloemen (Butomus umbellatus) in de AWD, 
maar die waren na korte tijd verdwenen.
Opgegeten door damherten?
Dit jaar waren ze weer terug, in veel groteren getale dan vorig jaar.
In sommige polders zie ik regelmatig zwanenbloemen.
 Het zijn bloemen die ik altijd graag zie.
Een larve, van een rups of van een soort wesp? 
Hij heet Cladius grandis, en hoort bij de familie van de bladwespen. 
Toen ik deze larve vond was de dauw nog niet verdwenen, zoals goed te zien is.
Met tegenlicht zijn de haartjes mooi zichtbaar.
De larven zijn niet erg snel (..) waardoor je de kans krijgt om ze op je gemak van alle kanten te bekijken.
Zo krijg je steeds een ander beeld.
Nog een laatste blik op Cladius.
Zo kom ik vanzelf bij de bosmeikevers (Melolontha hippocastani).
Ik wist niet dat er behalve de gewone meikevers ook bosmeikevers bestaan.
Via waarneming.nl weet ik nu dat bosmeikevers, ook wel kastanjemeikevers genoemd, 
meestal kleiner zijn dan 2,5 cm en gewone meikevers groter dan 2,5 cm.
Ze blijken in Nederland vooral in de duingebieden voor te komen.
Ook al eten ze vooral het blad van eiken en beuken, rusten en hangen doen ze vaak laag bij de grond.
Het maakt niet uit hoe de stengel staat, klimmen kunnen ze als de beste.
Meikevers, die behoren tot de bladsprietkevers, hebben twee antennes. 
Die antennes bestaan bij de mannetjes uit 7 lamellen en bij de vrouwtjes uit 6.
Deze inklapbare antennes spelen een rol bij het zoeken naar voedsel, 
terwijl paarlustige mannetjes hiermee ook vrouwtjes kunnen opsporen.
De achterlijfspunt is bij mannetjes duidelijk langer dan bij de vrouwtjes.
Dit zal dus een mannetje zijn.
Deze meikever is nog niet volledig in rust, want zijn antennes zijn nog niet ingeklapt.
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) doet het goed in de duinen.
De bloemen trekken veel insecten aan en ze geuren heel aangenaam.
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) doet het dit jaar goed in het duingebied.
Bij een tweede bezoek bleken er veel meer zwanenbloemen in bloei te staan.
Fotograferen was lastiger geworden omdat het omringende riet ook gegroeid was en nogal eens ongewenst in beeld kwam.
Deze gewone meikever kreeg ik mooi op de plaat.
Thuisgekomen bekeek ik mijn platen eens wat beter en vroeg mij toen wel af
 "Hoe bleef die meikever op zijn plaats"? 
Hij vloog niet, zat niet op een glazen plaat en was - voor zo ver ik weet - ook niet op een pitrusstengel gespietst.
Ook al stelde de meikever mij voor een raadsel, fraai in beeld kwam hij wel.
Een soortgenoot zorgde voor dit beeld, met de zon in de rug.
Nog een laatste tot besluit, alsof ik uitgezwaaid werd.
Zat hij vast, had ik hem moeten bevrijden?
Ik zal het nooit te weten komen.
Zonnedauw zoek ik ieder jaar wel een paar keer op.
Dit is ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) waar een juffer een kijkje was komen nemen.
Het was een vroege ochtend, de dauw was nog niet verdwenen, zoals op de juffer te zien is.
De juffer zat helemaal vastgekleefd, jammer voor de juffer, een mooi fotomoment voor mij.
Zo gaat het in de natuur. 
Zonnedauw heeft ook voedsel nodig.
De druppels op en bij de ogen van de juffer geven deze plaat wat extra lading.

dinsdag 6 juli 2021

AWD - Juni 2021 deel 1

Ook al ben ik dit jaar in juni wat minder in de AWD geweest dan in voorafgaande jaren, 
ik heb toch teveel gezien om dat in één post op mijn blog op te nemen.
Juni is de maand waarin zandhagedissen, meikevers en damhertkalfjes bij mij gewilde onderwerpen zijn.
Ze zullen dan ook in de twee edities overheersen.
Ik heb een ochtend besteed aan het opzoeken van zandhagedissen (Lacerta agilis).
Toen het warm genoeg werd kwamen ze voorzichtig tevoorschijn om een plekje te zoeken waar ze konden opwarmen.
Hier is een vrouwtje te zien.
Er waren meer mannetjes dan vrouwtjes.
Zoals te verwachten was konden de mannetjes elkaars aanwezigheid niet verdragen.
Dit vrouwtje toonde wel belangstelling voor de mannetjes, maar haar adonis zat er niet bij.
Kijken mochten ze wel, maar van dichtbij komen was geen sprake.
Aanbidders waren er genoeg, 
maar enigszins gefrustreerd moesten ze op zoek naar een partner die wel voor hun charmes viel.
Geen geschikte partner te zien?
Dan maar lekker opwarmen in het ochtendzonnetje.
Wellicht zouden zijn kansen nog komen, dan zou hij er klaar voor zijn.
Ik trof zelfs een drietal boomkikkers (Hyla arborea), nog een beetje verscholen tussen het blad.
Zoals gebruikelijk geen enkele actie, alleen maar opwarmen.
Op een vroege ochtend zat een winterkoninkje (Troglodytes troglodytesde longen uit zijn lijfje te zingen.
Deze jonge zanglijster (Turdus philomelos) kon daar alleen maar jaloers op zijn.
Zijn tijd zou nog wel komen.
De vogel bleef rustig in een boom zitten, zodat ik er voorzichtig omheen kon lopen en wat plaatjes maken.
Volwassen vogels zullen je zulke kansen niet bieden.

Jonge vosjes heb ik dit jaar niet gezien.
Deze vos scharrelde op zijn gemak in het gras en vond af en toe een kleine snack.
Erg schuw was deze vos niet, maar naar mij toe lopen om te bedelen was er niet bij.
Zo hoort het ook.
Mijn jaarlijkse speurtocht naar damhertkalfjes was ook dit jaar weer succesvol.
Ze liggen soms zo maar tussen het hoge gras.
Goed opletten is dus wel nodig.
Het is niet zo makkelijk om er een behoorlijk plaatje van te maken, 
want er grassprieten of schaduwen ervan zitten nogal eens in de weg.. 
Toen we verder gingen lag ze nog steeds rustig in het gras.
Het is hier goed te zien dat ze in de schaduw van een liggende  boomstam nauwelijks opvallen.
Zo is de kleine het best te zien.
De donkere plek op de neus is geen schaduw maar een bijzonder kenmerk van dit kleintje.
Het zal hierdoor later wel opvallen.
Ook dit kalfje verroerde zich niet en bleef rustig liggen. 
Een 400 mm lens is in dit soort situaties een groot voordeel.