vrijdag 3 juli 2020

AWD - Juni 2020 deel 2


In deel 2 van mijn juni overzicht komt vooral wat kleiner spul aan bod.
Een grote groene sabelsprinkhaan mag deze keer de blikvanger zijn.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.

Maar……, de lightbox werkt bij mij in Google Chrome niet 

Als je ze toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.

Bloggers wegen zijn ondoorgrondelijk.


Het was een verrassing dat een tweetal gaaien (Garrulus glandarius) niet direct opvloog toen mijn vrouw en ik bij ingang de Zilk aan een wandeling begonnen.
Meestal waarschuwen ze ander wild als er mensen in de buurt komen, maar deze keer hadden ze blijkbaar een vrije dag.
Ze vlogen even later weg zonder dat er een geluid uit hun snavel kwam.
Dit tweetal kleine parelmoervlinders ging volledig op in hun liefdesspel.
Ze trokken zich niets van ons aan.
Je kon er een hele tijd naar kijken, maar veel spannender dan dit werd het niet.
Ze deden in ieder geval hun best om voor nageslacht te zorgen.
Tijdens onze duinwandeling kwamen we weer twee verscholen liggende damhertkalfjes tegen in een heel stil deel van de duinen, later ook nog een tweetal dat met hun moeders mee rende.
Bijzondere plaatjes leverde dat niet op.

De volgende plaatjes heb ik gemaakt toen ik alleen op stap was, 
vaak tamelijk vroeg in de ochtend om de warmte wat voor te zijn.
Op een hazenpootje (Coprinopsis lagopus) had ik niet gerekend in deze tijd van het jaar.
Toch stond er een vijftal, ten dele nog klein en wat verscholen.
Ik besloot om mij vooral met de hoed en het erdoor vallende licht bezig te houden.
Het leidde tot deze twee beelden.
Heel verschillend, en daardoor een reden om ze beide te laten zien.
Ik wilde een drinkpauze inlassen bij een metalen plaat die apparatuur van Waternet afschermt.
Ik was niet de eerste die daarop wilde gaan zitten, er zat namelijk al een harkwesp (Bembix nostrata) op.
Die moest dan eerst maar eens mooi op de plaat komen.
Die metalen plaat met reliëf gaf wel een verrassende ondergrond.
Opmerkelijk vond ik het wel dat het beestje geen last had van zijn pootjes, 
want de plaat was tamelijk warm van de zonnewarmte.
Nadat mijn dorst gelest was ging ik verder, 
maar moest al gauw weer op de knieën omdat de rups van de grote beer (Arctia caja) mijn pad kruiste.
Deze rupsen van een nachtvlindertje kunnen een verrassend hoog tempo ontwikkelen als ze open terrein oversteken.
Deze langharige rakkers zijn in Nederland in juni in enorme hoeveelheden gezien.
Er was op verschillende plaatsen sprake van honderden en zelfs duizenden exemplaren.
Ik vind het een mooi plaatje als je ze op "rupshoogte" naar je toe ziet komen.
Kleine parelmoervlinders gingen ook vaak op de solotoer, meestal tamelijk laag bij de grond.
Voor mij is het nu wachten op hun familielid, de keizersmantel, die al in de AWD gesignaleerd is. 
Wie weet in juli.
De 5-6 cm lange rupsen van de grote beer bleven maar voorbij komen.
Ik hoop dat ik in juli ook de bijbehorende vlinders zal zien.
Ik heb in 2020 tot nu toe welgeteld één icarusblauwtje (Pollyommatus icarusgezien. 
In onze tuin fladderen soms wat boomblauwtjes rond, maar dat was alles wat blauwtjes betreft.
Wat zal de reden hiervan zijn?
Een opmerkelijke bewoner van het duingebied is de wilgenhoutrups (Cossus cossus), 
de voorloper van de wilgenhoutvlinder.
Je kan ze niet over het hoofd zien, want de rupsen kunnen wel 10 cm lang worden.
Deze schat ik op zo'n 8 cm.
De rupsen overwinteren twee tot vier maal.
Uiteindelijk ontstaat er een bruin gekleurde nachtvlinder die voorvleugels heeft van 3-4 cm.
Het was pas de tweede keer dat ik zo'n rups heb gezien, nadat ik er vele jaren geleden voor het eerst een zag, 
ook in de AWD.
Wanneer je ze ergens ziet kruipen zijn ze over het algemeen op weg naar een geschikte plek in een boom, 
bijvoorbeeld een wilg, om zich te verpoppen.
In juni worden St. Jacobsvlinders afgelost door St. Jansvlinders (Zygaena filipendulae).
Als ze uit de gele cocons gekropen zijn kan je ze niet over het hoofd zien, 
want ze doen dat met velen min of meer tegelijkertijd.
Deze bloeddrupjes, zoals ze ook wel genoemd worden, vrágen erom om gefotografeerd te worden.
Het verbaast mij steeds weer dat ze, nauwelijks uit de cocon gekropen, 
vrijwel direct beginnen met een innig contact met een partner van het andere geslacht.
Ik heb geen idee of er andere organismen zijn die dat ook zo snel doen.
In de buurt van ronde zonnedauw lag een vrouwelijke vuurlibel in het mos.
Ze lag er al even, ze was geheel bedekt met dauw.
Met een mannetje van dezelfde soort (Crocothermis erythraea) ging het veel beter.
Hij vloog nog frank en vrij rond en landde regelmatig op dezelfde plek, waar ik al klaar zat.
Tussen varens bleken tientallen gestreepte goudspanners (Camptogramma bilineata) te zitten, 
vaak onder een blad hangend. 
Het zijn nachtvlindertjes die je vooral in de vroege ochtend nog wel eens tegenkomt.
Harkwespen hebben natuurlijk niet alleen belangstelling voor metalen platen,
maar moeten ook aan de inwendige harkwesp denken.
In juni werd er flink uitgeslopen.
Een viervlek hing hier te drogen bij het restant van het larvenhuidje.
Viervlekken (Libellula quadrimaculatazijn volgens mij de meest voorkomende libellen in het duingebied.
En dan de laatste soort, waar ik ook mee begonnen ben.
Een grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) zit hier op jakobskruiskruid.
Aan de andere kant hangt een huidje dat na het vervellen is achtergebleven.
Met deze plaat, rond half 9 's morgens gemaakt, komt een eind aan deze marathon.

De volgende keer komt - wat een verrassing - deel 3 aan bod.




vrijdag 26 juni 2020

AWD - Juni 2020 deel 1


Juni is de maand van de jonge damhertjes.
Jaarlijks vind ik het een uitdaging om ernaar op zoek te gaan, 
waarbij het mij er vooral om gaat een plek te vinden waar ze ergens verscholen liggen.
Dus voorzichtig door het bos lopend, uiteraard niet over paden, 
kijk ik dan speurend rond in de hoop dat ik er nog steeds een scherp oog voor heb.
Dit hertje zag ik bijna over het hoofd, zo goed lag het verscholen.
Een paar stapjes achteruit en vervolgens met mijn 100-400 mm lens op de maximale stand heb ik dit plaatje gemaakt. 
Wat een geweldige schuilplaats had deze kleine schoonheid gevonden.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.

Maar……, de lightbox werkt bij mij in Google niet 

Als je ze toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.

Bloggers wegen zijn ondoorgrondelijk.


Voorzichtig ben ik omgelopen waardoor ik haar bijna helemaal kon zien, 
liggend in de veilige beschutting van twee boomstammen.
Ze was niet de eerste die ik die morgen vond - daar kom ik verderop in deze post nog op terug - maar ik vond het wel de mooiste om mee te beginnen. 
In de bossen was overal vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) te zien.
Het behoort tot de bloemen die ik graag zie, en ik ben niet de enige.
Veel insecten voelden zich ertoe aangetrokken.
Misschien word ik in de natuur wel te makkelijk afgeleid, 
waarschijnlijk heb ik een te brede interesse, maar het bevalt me wel.
Hoe dan ook, vlakbij het damhertje groeide dit vingerhoedskruid en ik vond het te mooi om te negeren.
Maar hoe was de speurtocht eigenlijk begonnen?
Het was 9 juni.
Zwervend door het bos zag ik van alles, maar niet wat ik  zocht.
Was ik toch te vroeg gaan zoeken, moest ik nog een paar dagen geduld hebben?
Ik lette voortdurend op hindes die zich wat onrustig gedroegen.
Plotseling viel mijn oog op dit damhertje.
Open en bloot naast een boomstam, met opvallende kleuren vergeleken met de omgeving. 
Het viel toch niet mee om het hertje zo te fotograferen als ik wilde. 
Tussen de bomen door, met de schaduw van een stam aan de zijkant van het beeld, kreeg ik zó het mooiste beeld.
De missie was geslaagd, tijd voor een kop koffie zittend op een boomstam in de buurt.
Ik had de koffie nog niet ingeschonken of mijn aandacht werd getrokken door een groep mezen die tussen de bladeren van tak naar tak vlogen.
En wat zat er tot mijn grote verrassing bij?
Een kuifmees (Lophophanes cristatus).
Het was jaren geleden dat ik er één gezien had, dus mijn dag werd alleen maar beter.
In het bos met veel dode en grillig gevormde stammen werd mijn fantasie ook nog geprikkeld.
Wat voor vreemde vorm zag ik achter een boom tevoorschijn komen?
Een voet, en waarvan dan?
Het viel bijna tegen dat het een zwam was.
Nadat ik het tweede - het donker gekleurde -  hertje had gezien, durfde ik niet op nog meer te hopen.
Ik was al dik tevreden.
Toch vond ik nog een derde hertje, liggend naast een omgevallen boomstam.
Je kon het al van een afstand zien liggen.
Het bewoog zich absoluut niet, alleen de ogen bewogen en soms een klein beetje de oren.

Wat was er nog meer in het begin van de maand?
Meikevers, veel meikevers en ook nog op plaatsen die zich er prima voor leenden om de kevers te fotograferen. 
Ik had er de vorige maand al veel gezien, vliegend, aan stengels hangend, zieltogend op een weg of al dood.
In juni voelden ze zich in ieder geval ook prima thuis.
De antennes waren duidelijk zichtbaar.
Als ze rusten in het riet bijvoorbeeld, dan zijn ze ingetrokken.
Ze zien er dan wat minder mooi uit.
Dat de kever zijn vleugels wilde spreiden stelde ik natuurlijk op prijs.
De segmenten van de antennes zijn hier goed zichtbaar.
Het zijn er zes bij een vrouwtje en zeven bij een mannetje.
Wat ziet hij er vriendelijk uit als hij je aankijkt.
De groene kikker had een poel gevonden die nog niet dichtgegroeid was.
Samen met een aantal andere kikkers dreef hij roerloos in het water, 
met de zon als spotlight op zijn kop.
Vlinders bewaar ik grotendeels voor deel 2 en/of 3.
De kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) mag nu vast.
Ik heb er dit jaar veel gezien op verschillende plaatsen, zelfs een keer bij ons in de tuin.
Ook al vallen de hoeveelheden vlinders mij nog steeds niet mee, over deze mooie vlindertjes heb ik daarom niets te klagen.
Piepkleine padjes waren er heel veel dichtbij het water.
Ik moest echt oppassen om er niet op te trappen.
Het lijkt wel of het padje de grond niet eens raakt, zo licht beweegt hij zich voort.
Duinparelmoervlinders (Argynnis niobe) had ik nog niet eerder gezien.
Ik was daarmee uiteraard zeer tevreden.
Voor mij is het de derde soort uit de reeks parelmoervlinders, naast de kleine parelmoervlinder en de keizersmantel.
Het is een zeldzame soort die als bedreigd op de rode lijst staat.
Tot besluit twee platen van de rietorchis.
Ik zet er geen Latijnse naam bij omdat ik niet zeker weet welke soort dit is, 
ik vermoed de gevlekte (Dactylorhiza majalis).
Ik heb er dit jaar drie gevonden, nog niet zo mooi als ze kunnen worden.
Vorig jaar heb ik er geen een kunnen vinden.
Ze waren jarenlang heel algemeen in de AWD, 
maar ik ben bang dat de damherten ze allemaal wegvreten voordat ze de kans krijgen zich te ontwikkelen.
Ook dit jaar was er een van de drie na enkele dagen volledig spoorloos.

Juni was mij goed gezind.
Zoals het er nu naar uitziet heb ik al materiaal genoeg voor een deel 2 en 3.
En de maand is nog niet om.