Follow by Email

vrijdag 30 augustus 2013

Eten of gegeten worden

De tijgerspin (Argiope bruennichi) is in de maand augustus vaak te zien, 
onder andere door de mooie opvallende  gele kleuren. 
Het patroon is overigens bij mannetjes en vrouwtjes wel verschillend.

Maar ik begin met een voor mij bijzondere waarneming.

Ik heb de laatste tijd regelmatig hoornaars zien jagen op vlinders, libellen, enz..
Ze namen geen moment rust, dus er één op de foto zetten lukte mij niet,
te meer omdat ze zich heel snel verplaatsen.
Ik had echter toch een keer geluk.
Een hoornaar - ongeveer twee keer zo groot als een wesp - greep een libel en bleef even zitten.
Jammer voor de libel, maar voor mij eindelijk een kans om een hoornaar op de foto te krijgen. 
Geen topfoto, wel voor mij een bijzondere waarneming.

Nog meer maaltijden.
Een juffer had een mot, denk ik, te pakken genomen.
De juffer bewoog steeds de kaken en was dus duidelijk aan de maaltijd begonnen.
Ik heb niet de volledige maaltijd gevolgd. Zo snel at de juffer niet.
Op de loer, of aan het bijkomen van een copieuze maaltijd?
Het is wel oppassen dat het niet zo afloopt.
Beide juffers waren verstrikt geraakt in het web van een tijgerspin. 
Die had ze vervolgens vlot ingepakt om even wat voedsel in voorraad te hebben.


Het mannetje van de tijgerspin is duidelijk kleiner dan het vrouwtje: mannetjes worden 4-6 mm, maar vrouwtjes zo'n 14-17 mm. De parallel in de lengterichting lopende gele strepen zie je aan de onderzijde..

De spinnen maken een kenmerkend zigzag patroon in hun web.
Waarom zo'n patroon?
Er zijn verschillende theorieën.
Het zou insecten aantrekken, die dat moeten bekopen met verstrikt raken in het web.
Het zou een afschrikkende werking hebben. Wanneer de spin gaat trillen in het web ontstaat een wazige vlek die bedreigers zal afstoten
Het web zou door de witte band goed zichtbaar zijn waardoor andere dieren er niet doorheen zullen lopen.
Wellicht is het allemaal waar.

In juli is de paartijd. Daarbij worden na afloop de mannetjes door de vrouwtjes verslonden, of - als ze "geluk" hebben - verliezen ze alleen maar enkele poten.

Hier diende de juffer als hoofdmaaltijd.
Als de spin een prooi heeft gevangen, pakt ze die snel in.
Daarna brengt ze door een snelle beet enkele enzymen en gifstoffen in de prooi.
Het insect wordt daardoor als het ware verteerd, waarna de spin de inhoud leegzuigt.
Libellen, zoals de steenrode heidelibel, zijn ook felle jagers.
De prooi is duidelijk te zien.
(Jammer dat de libel net iets te ver in de hoek van de foto is terecht gekomen. 
Ik vond hem door de goed zichtbare prooi toch wel de moeite waard om hier te laten zien).

Voordat ik nog meer beelden laat zien van maaltijden even een intermezzo.
Is dit een gewone pantserjuffer?
Volgens mij is dit een houtpantserjuffer.
Dankzij de macrolens kan je details zien die je anders mist.

Bij deze  heidelibel waren mooie weerkaatsingen te zien op de vleugels.
Omdat het wat waaide, waardoor de stengel steeds heen en weer ging,  is het mij niet gelukt om die weerkaatsingen in beeld te krijgen zoals ik wilde.
De weerkaatsingen zijn afhankelijk van de invalshoek van het licht op de vleugels,
 en die veranderde voortdurend.
Mooier dan deze twee beelden werd het niet. Jammer, in werkelijkheid vond ik het mooier.
Terug naar de tijgerspin.
Op een zonnige morgen was nog niet al het condens verdampt, toen ik deze tijgerspin zag die haar prooi inkapselde. Daardoor zorgden de druppeltjes op het web voor een bijzonder effect.
Ze ging voortvarend te werk.
Geen tijd te verliezen, ze had duidelijk trek.
Maar wat had ze nu eigenlijk gevangen? Ik ben er niet achter gekomen.
Ze ging duidelijk aan de maaltijd. Het vervolg heb ik niet afgewacht. Ik vond dit al behoorlijk spectaculair.
Nog twee opnamen om dit verhaal af te sluiten.
De spin smulde van een lieveheersbeestje.
Een mooie actiefoto om dit culinaire festijn mee af te ronden.

Een volgende keer laat ik  jullie enkele dieren zien die jullie vermoedelijk nog niet eerder gezien hebben.
Een voorbeeld?
 Wordt vervolgd.

zondag 25 augustus 2013

Mongolië: Niet alleen Przewalskipaarden zijn bijzonder.

Tijdens onze rondreis door Mongolië hadden wij het geluk ook  przewalskipaarden te zien, en wel in het Khustai Nuruu Nationaal Park.

Deze bijzondere paarden waren vanaf 1968 officieel uitgestorven in het wild.  In diverse dierentuinen en natuurparken was echter nog een aantal exemplaren. Door middel van fokprogramma's is het aantal dieren zodanig toegenomen dat ze weer in het wild konden worden uitgezet.






Dit is onder andere door de inzet van het Nederlandse echtpaar Bouwman  gelukt.
In diverse natuurparken in Nederland kan je deze paarden trouwens  ook zien.

Het Khustai Nuruu NP is het enige gebied, ter grootte van de provincie Utrecht, waar de paarden in het wild voorkomen. In strenge winters is er een natuurlijke selectie.
Er gaat dan weliswaar een aantal paarden dood, maar momenteel is er toch een kudde van ruim 200 dieren.
Ook al waren de lichtomstandigheden niet super, 
we waren wel heel blij dat we een zestal paarden bij een riviertje aantroffen.
Schuw waren ze wel. Dichterbij komen was niet mogelijk.
Al na korte tijd hielden de takhi's (zoals ze door de Mongolen genoemd worden) het voor gezien en liepen op hun gemak de helling op.
De naam przewalski hebben de paarden gekregen van de Pool Przewalski die ze voor het eerst zag in 1878.

Maar er was nog veel meer.
Een deel van Mongolië ligt op ongeveer 2000 m hoogte.
Onder deze omstandigheden voelen de yaks zich prettig.
Regelmatig zagen we grote aantallen yaks, die net zoals andere dieren die als vee gehouden worden, vrij rondliepen.
Ze zijn goed toegerust voor barre omstandigheden.
Als je je tent wilt opzetten moet je erop rekenen dat er soms een kudde geiten of schapen in de buurt is.
Oppassen voor de uitwerpselen :)
Kuddes van schapen en geiten, vaak gemengd, horen bij het nomadenbestaan.
Als een bepaald gebied min of meer kaal gevreten is, trekken de dieren verder en de nomaden trekken met hen mee. Ze breken dan hun tenten - ger geheten - af en zetten die een stuk verderop weer op.
Er zijn geen weidegebieden zoals wij die kennen, afgezet met bijvoorbeeld prikkeldraad.
Als je voor je ger - waar we af en toe in overnachtten - zit,
kan het gebeuren dat er een kudde paarden langs komt.
Wij kregen een demonstratie paarden vangen, waarbij onder meer deze kleine ruiter liet zien wat hij kon.
Hier is hij in actie.
Een ruiter gebruikt een lange bamboestok met een lus om een paard te vangen.
Hier stormden de paarden op ons af, op zoek naar ruimte om te kunnen ontsnappen. 
Zij vonden die ruimte.
Wij waren opgelucht, want ze kwamen wel erg dichtbij.
Een gevangen paard, dat meestal nog nooit bereden is, biedt natuurlijk weerstand.
De mannen moeten goed weten wat ze doen, omdat een paard onverwachte bewegingen kan maken.
Het viel niet mee, want het paard verzette zich hevig.
Toen een ruiter eenmaal op het paard zat - altijd zonder zadel - was het verbluffend om te zien hoe snel hij het paard onder controle had en hoe het paard hem accepteerde.
Het was vanzelfsprekend een genot om van het landschap te genieten bij de ondergaande zon.
In Mongolië leven overigens meer paarden dan mensen. 
Mongolië heeft ca. 2,7 miljoen inwoners en ca. 3,2 miljoen paarden.
En dan zijn er natuurlijk de kamelen. 
In Mongolië heeft men echte kamelen. In Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Australië spreekt men wel van kamelen, maar in die landen leven uitsluitend dromedarissen die slechts één bult hebben.



Deze dame doet alsof ze te verlegen is om op de foto te gaan, alsof ze wil zeggen "Doe niet zo gek, joh".

Even later was ze wel belangstellend.

Kamelen zijn weliswaar gedomesticeerd, maar vaak zie je ze zonder herder. Iedereen weet van wie ze zijn omdat ze gebrandmerkt worden.

Ze leven vooral in de omgeving van de Gobi woestijn.




De Gobi is voor een deel een steenwoestijn: in plaats van zand zie je hele fijne steentjes.
Een kenmerkend beeld: de gers van de nomaden op de achtergrond in het grotendeels verlaten landschap.
Zo kom je ze in dit gebied regelmatig tegen.
Het voelt heel bijzonder als je vanuit je tentje - het miezerde toen een beetje - naar buiten kijkt en dan een grote kudde kamelen in het uitgestrekte landschap ziet.
Hier - met zandduinen van de Gobi  op de achtergrond - was het echt heet, zeker tegen de 40°C.
Zo passeerden ze, geen mens die ze begeleidde.
Natuurlijk krijg je de kans om op de rug van een kameel een tochtje te maken, 
leunend tegen een van de bulten.
Ze kunnen heel verwaand doen.
Ze heeft voldoende reserves (de bulten zijn stevig en hangen nauwelijks opzij) maar oh, 
wat heeft ze een vies gebit.
Na de nauwelijks vermoeiende tocht met een toerist op haar rug moest ze even uitrusten in het warme zand.
Andere kamelen namen de meer kenmerkende rusthouding aan.
Ze hebben zoals te zien is een houten pin door hun neus om ze onder controle te kunnen houden.
Bedankt voor jullie aandacht en uithoudingsvermogen!